Hoe veranderen we Big Oil in Big Green?

5503306506_cc4778304a_z

Shell is niet langer lid van de The Prince Of Whales Corporate Leaders Group, de invloedrijke klimaatlobbyclub van prins Charles. Een officiële verklaring ontbreekt, maar volgens de Financial Times heeft het te maken met de oplopende spanningen als gevolg van het steeds schrijnender gebrek aan groene ambities van Shell. Kunnen we daar iets aan veranderen? 

Door Esther de Roos en Michiel Hulshof 

Econome Rosalinde Klein Woolthuis doet al meer dan tien jaar onderzoek naar de vraag waarom bedrijven al dan niet groen innoveren. Haar conclusie: ‘Ze doen het alleen als het moet of als ze er geld aan verdienen. Het heeft dus geen zin om te wachten tot Shell spontaan verandert.’ Volgens Klein Woolthuis is er ‘voldoende geld, creativiteit en kwaliteit’ om in korte tijd met succesvolle groene innovaties te komen. Shell houdt zich daar nu niet mee bezig omdat het bedrijf daarmee de eigen markt zou kannibaliseren. ‘Het zou kapitaalvernietiging betekenen, omdat de huidige investeringen in olieproductie dan niet meer worden terugverdiend.’ De beste oplossing is volgens haar het beprijzen van de vervuiling door Big Oil.

Precies dat is het vakgebied van politiek econoom Paul Teule. Zijn diagnose: ‘Bij fossiele brandstoffen werkt het prijsmechanisme niet goed.’ Hij haalt rapporten van het IMF en de Wereldbank aan, die becijferen dat de daadwerkelijke kosten van fossiele brandstoffen maar liefst 5300 miljard (!) dollar hoger liggen dan wat consumenten nu betalen. Het verschil komt deels door rechtstreekse subsidies aan fossiele bedrijven, maar vooral doordat milieuvervuiling en gezondheidsschade van olie, kolen en gas niet in de prijs meetellen. ‘Het prijsmechanisme wordt daarmee zo zwaar uit het lood getild, dat we niet merken hoe schaars fossiele brandstoffen zijn en we verkeerde, vervuilende keuzes blijven maken.’ Volgens Teule moet de prijs daarom omhoog. Hij pleit voor de invoering van CO2-belasting, waarmee de kosten van uitstoot kunnen worden gedekt. ‘Het is lastig te berekenen hoe hoog die belasting precies moet zijn, maar ik denk dat er voldoende oliebedrijven zijn die het een goede oplossing zouden vinden. De overheid moet de eerste stap zetten.’

Ook volgens future planet-wetenschapper Coyan Tromp ligt de oplossing in de belastingmaatregelen. ‘Nu belasten we vooral arbeid, terwijl de samenleving opdraait voor de ongewenste neveneffecten van de olie-industrie. Het zou veel logischer zijn om de belasting op arbeid te verlagen en belasting te gaan heffen op de natuurlijke hulpbronnen die bedrijven aan de aarde onttrekken. Dat maakt investeringen in fossiele brandstoffen onaantrekkelijker, terwijl investeringen in duurzame energiebronnen aantrekkelijker worden.’

Klimatoloog Bart Verheggen wijst op een ander punt. ‘Een veelgehoord argument is dat ons land het niet alleen kan doen. Dan zouden we onze concurrentiepositie verslechteren.’ Wat hem betreft betekent dat niet dat Nederlandse politici zich afzijdig moeten houden. ‘Nu opereren ze in de achterhoede. Ik zou er wel trots op zijn als de Nederlandse overheid zich bij de internationale voorhoede zou voegen.’ Zo zouden Nederlandse politici bijvoorbeeld voorstellen kunnen indienen om het Europese systeem voor de handel in emissierechten te verbeteren. ‘De prijs voor CO2 is nu gewoon te laag. Afspraken daarover moeten worden aangepast of er moet een beter systeem komen.’

Bart Bossink, hoogleraar Science, Business and Innovation, gelooft niets dat het mogelijk is om een oliegigant als Shell te veranderen in een duurzame koploper. ‘Je kan er beter voor zorgen dat de concurrentie milieuvervuilers uit de markt drukt.’ Hij trekt een parallel met de telecomsector. ‘KPN werd ook minder belangrijk door de opkomst van mobiele telefoonbedrijven. Zoiets kan ook gebeuren op de oliemarkt.’ Bossink ziet voldoende kansrijke groene ontwikkelingen, zoals bedrijven die zich bezighouden met waterstof- en brandstofcellen, biobrandstoffen of het afvangen van CO2 uit de lucht. ‘We moeten meer inzetten op dit soort bedrijven. Dan komen de veranderingen vanzelf. De kleine bedrijven van vandaag zijn de grote van morgen. Hij verwacht vooral veel van marketing: ‘Duurzame bedrijven slagen er steeds beter in hun merk cool en hip te maken.’

Hoogleraar milieu-ethiek Marc Davidson vindt een deel van de kritiek op Shell hypocriet. ‘Het is gewoon een bedrijf dat binnen de randvoorwaarden van de politiek en de vraag vanuit de markt probeert haar winst te maximaliseren.’ Als je het beleid van Shell wil aanpassen, kan dat volgens hem op verschillende manieren. Het beste is wanneer de politiek de randvoorwaarden verandert, zoals door fossiele brandstoffen radicaal duurder te maken. ‘Maar daarvoor is nu helaas nog te weinig draagvlak.’ Daarop vooruitlopend kunnen burgers zelf hun consumptie verminderen. ‘Koop een kleinere auto en vermijd het vliegtuig.’ Ook aandeelhouders kunnen eisen stellen. ‘Maar dat kost waarschijnlijk wel rendement.’ Het simpelweg van de hand doen van aandelen in fossiel heeft volgens Davidson weinig effect. ‘Dat heeft nauwelijks invloed op de winst van Shell, en de aandelen komen gewoon in andere handen. Desinvesteren doe je door minder olie te kopen. Minder in olie beleggen heeft veel minder effect.’

Filosoof Jelle van Baardewijk ziet een rol voor de Nederlandse pensioenfondsen. ‘Zij moeten een bredere en groenere taakopvatting krijgen. Nu investeren ze enkel in de oude dag van een kleine groep pensioensgerechtigden.’ Volgens hem moet het geld, dat voor een groot deel is verdiend dankzij de samenleving, ook daarin worden teruggeïnvesteerd. ‘Laat pensioenfondsen de maatschappij en natuur cultiveren waarin zij bestaan. Het wordt tijd dat ze een groter deel van het vermogen gaan investeren in een groen Nederland. Dat komt ook de kinderen en kleinkinderen van hun leden ten goede, niet alleen door een beter milieu maar ook direct door meer werkgelegenheid.’