Hoe zorgen we dat onze kinderen gezond gaan eten?

21331137348_269ea8e638_z

Steeds meer kinderen stoppen zich vol met slecht eten. Wat moeten we doen om de Nederlandse jeugd gezonde eetgewoontes bij te brengen?  

Door Esther de Roos en Michiel Hulshof

In Amsterdam heeft het probleem inmiddels maatje XXXL bereikt: maar liefst een op de vijf kinderen en jongeren in de hoofdstad leidt aan overgewicht. Als eerste Nederlandse gemeente heeft de stad zich aangesloten bij de Alliantie Stop Kindermarketing, die pleit voor een strenge aanpak van voedingsbedrijven die misbruik maken van kwetsbare kinderen om snoeprepen, frisdranken en chips te slijten. Hoe krijgen we kinderen van hun slechte eetgewoontes af?

Volgens evolutiebioloog Nico van Straaten zit de neiging tot het eten van zoetigheid ‘zwaar in onze hersenen verankerd’ om ervoor te zorgen dat we voldoende calorieën binnenkrijgen. ‘Dat was voor de oermens enorm belangrijk.’ Elke oplossing begint volgens hem met de constatering dat de neiging tot zoet eten niet makkelijk verdwijnt. ‘Je kan ook niet zeggen: je mag geen zin in seks meer hebben.’ Volgens Van Straaten kunnen we kinderen wel leren om hun natuurlijke neiging te beheersen. ‘Vaak krijgen kinderen een snoepje als ze zich rot voelen. Daarmee wakker je hun verlangen naar snoep aan. Je zou eigenlijk moeten zeggen: je huilt, maar je krijgt toch geen snoepje. Dat is voor veel ouders lastig.’

Ook voedingswetenschapper Coosje Dijkstra noemt de voorkeur voor zoet een aangeboren overlevingsmechanisme. ‘Vooral tijdens de kindertijd heeft het groeiende lichaam behoefte aan koolhydraten. Niet voor niets heeft borstvoeding een zoete smaak. Je kan van kinderen dan ook niet verwachten dat ze na het eten van een stroopwafel uit zichzelf zeggen: dank, ik heb genoeg gehad.’ Dijkstra pleit voor een aanpak waarbij kinderen eenvoudig toegang krijgen tot gezonde alternatieven. ‘Thuis en op school zouden eigenlijk schalen met snoeptomaten en komkommers moeten staan, waaruit kinderen altijd kunnen eten.’ Ze wijst op een experiment in Amsterdam waarbij schoolkinderen een hippe plastic drinkbeker krijgen, waarmee ze tijdens de les naar de kraan mogen lopen om water te pakken. ‘Dat stimuleert voldoende drinken.’ De bekers vormen een belangrijk onderdeel van het succes. ‘Een kraan alleen is veel minder uitnodigend.’

Volgens neurobioloog Susanne la Fleur zijn slechte eetgewoontes niet alleen aangeboren, maar ook vaak aangeleerd. De voedselindustrie maakt gretig gebruik van specifieke cues waarmee de trek in snoep wordt aangewakkerd. ‘Niet voor niets staan er bekende tekenfilmfiguren op snoep. Kinderen worden daar wild enthousiast van.’ Zet Kong Fu Panda op een Happy Meal en kinderen krijgen meteen zin in een hamburger. La Fleur: ‘Het brein reageert nu eenmaal snel op plaatjes, en legt een link met hoe lekker iets is. Diezelfde tactiek zouden we kunnen inzetten voor het promoten van gezonde alternatieven.’ Onderzoek van de Nijmeegse hoogleraar Moniek Buijzen toonde aan dat er wel een relatie moet bestaan tussen het icoon en de desbetreffende groente of fruit. ‘Een plaatje van Bugs Bunny op een zakje wortels werkt dus beter dan Spongebob’, zegt La Fleur. ‘Maar we moeten nog veel onderzoek doen in die richting.’

‘Het zien van lekker voedsel leidt tot craving – het krijgen van extreme trek’, zegt gedragsonderzoeker Sanne de Wit. ‘In die zin zijn mensen niet anders dan de kwijlende honden van Pavlov.’ Dat effect is heel sterk, blijkt uit onderzoek met hersenscans. ‘Mensen die een foto zien van lekker eten, activeren hetzelfde hersengebied als een verslaafde die een foto ziet van zijn favoriete drugs.’ De Wit kent een experiment van onderzoekers uit Amsterdam en Nijmegen die kinderen computerspelletjes lieten spelen. In een deel daarvan zaten advertenties voor snacks verstopt. Na het spelen mochten ze zo veel eten als ze wilden. Kinderen die de snackadvertenties hadden gezien, aten daadwerkelijk meer snacks. Zelf deed De Wit een experiment dat nog een stapje verder ging. Ze liet kinderen een computerspel spelen, waarbij ze leerden dat een paars monster bij smarties hoorde, en een rood monster bij komkommer. Vervolgens kregen ze in het spel de kans om deze snacks te verdienen door knoppen in te drukken. Resultaat: kinderen die in het spel paarse monsters te zien kregen, drukten veel vaker voor smarties dan wanneer ze het rode monster zagen. ‘Dit effect noemen we response priming. Dat is precies waar de snoepindustrie op uit is.’ Volgens De Wit kan response priming ook worden gebruikt om gezond eten te stimuleren. ‘Uit ons onderzoek bleek dat het kan, al is dat wel lastiger.’ Wat de overheid vooral niet moet doen is een campagne starten tegen ongezond eten. ‘Dat kan averechtse effecten hebben, omdat het de aandacht juist op ongezonde snacks richt in plaats van op de gezonde alternatieven. Dat triggert het ongewenste gedrag.’ Anders gezegd: een foto van een diepvriespizza leidt automatisch tot trek in een diepvriespizza, wat de begeleidende boodschap ook zegt.

Scheikundige Jan van Maarseveen benadert het probleem op een andere manier. ‘Het schrikbarend grote aantal dikke kinderen in Amsterdam komt in eerste instantie door te weinig beweging in combinatie met het eten van te veel suiker.’ Als scheikundige houdt hij zich niet met bewegingsadviezen bezig, maar wel met sucrose, de chemische naam voor tafelsuiker. ‘Van sucrose word je dik, maar gelukkig bestaan er allerlei alternatieven, waarvan aspartaam de bekendste is.’ Volgens Van Maarseveen staat de kunstmatige zoethouder ten onrechte bekend als ongezond goedje. ‘Als chemicus word ik daar niet goed van! Aspartaam is een combinatie van asparaginezuur en fenylanalyne, twee aminozuren die normaal ook in onze voeding voorkomen. Het is eigenlijk heel natuurlijk. Mensen eten al dertig jaar op enorme schaal kauwgom. Als aspartaam echt zo slecht was, dan zouden we dat inmiddels wel hebben gemerkt.’ Dikke kinderen kunnen beter snoep met aspartaam eten dan suikergoed, zegt Van Maarseveen. Daarnaast zou de overheid slecht gedrag moeten ontmoedigen: ‘Waarom zijn we minder gaan roken? Dat is niet alleen voorlichting, maar het komt ook door de steeds hogere tabaksaccijnzen. Slecht eten is nu veel te goedkoop.’ Hij ziet wel wat in een suiker- of vettaks: ‘Een financiële prikkel kan geen kwaad. Gooi er maar belasting op.’