Hoe kunt u helpen aanslagen te voorkomen?

7689695072_dfd0b2fa14_z

De overheid doet haar best om aanslagen te voorkomen. Maar kunnen we zelf ook iets doen?

Door Esther de Roos

Volgens minister-president Mark Rutte ‘moeten we waakzaam zijn’ na de aanslagen in Brussel. Met in het achterhoofd JFK’s beroemde uitspraak ‘don’t ask what your country can do for you, but what you can do for your country’ daarom de vraag: wat kunnen we zelf doen om aanslagen te voorkomen?

Bestuurskundige Willem-Jan Kortleven is sceptisch. ‘Ik kan me vooral situaties voorstellen waarin mensen met goede bedoelingen de politie voor de voeten lopen.’ Opletten is natuurlijk prima, maar we moeten het niet overdrijven. ‘Waakzaamheid wordt al snel paniek, en dat is juist wat terroristen willen: angst aanjagen, de maatschappij ontwrichten. Terwijl de kans dat je als gewone burger in aanraking komt met een terreuraanslag bijzonder klein blijft.’ Iets anders geldt voor de directe omgeving van terroristen. ‘De kring rondom Abdeslam had een rol kunnen spelen in het voorkomen van aanslagen.’ Probleem: zij hadden die behoefte waarschijnlijk niet. ‘Ze hebben hem juist geholpen onder te duiken.’

Wie toch behoefte voelt om terreur tegen te gaan, kan volgens Kortleven ‘een piepklein steentje bijdragen’ door de stigmatisering en vervreemding van moslims in onze samenleving tegen te gaan. ‘Mensen die zich door de samenleving geaccepteerd voelen, reizen niet af naar IS-gebied en plegen geen aanslagen.’ Zijn advies: ‘Zwicht niet voor de verleiding om vanwege religieus gemotiveerd terrorisme alle moslims in een hoek te plaatsen. Na Anders Breivik zien we toch ook niet alle rechtse blanke mannen als potentiële terroristen?’

Internationaal juriste Nienke van der Have is het roerend met hem eens. Hoewel het internationaal recht niets zegt over de plicht die individuen hebben om mee te helpen aanslagen te voorkomen, zou je wel kunnen betogen dat discriminatie vaak aan de basis ligt van de meest grove mensenrechtenschendingen. ‘Overheden zouden actief beleid moeten voeren om discriminatie tegen te gaan. Als individu moeten we daaraan bijdragen.’

Volgens brigadier-generaal Paul Ducheine, hoogleraar cyberoperaties en militair recht, kunnen we méér doen om te aanslagen te voorkomen. Hij ziet een speciale rol voor journalisten, bloggers, vloggers en iedereen met een Facebook- of Twitteraccount. ‘Terroristen misbruiken onze open maatschappij om hun boodschap via de media te verspreiden. Geef ze geen podium! Zorg dat je hun boodschap niet integraal retweet. Deel alleen nieuws, geen propaganda.’ Daarnaast zouden meer mensen ongepaste tweets of blogs moeten melden, bijvoorbeeld met de dit-vind-ik-niet-oké-knop. Volgens Ducheine kunnen we een online tegenbeweging organiseren. ‘Terroristen willen angst zaaien. Laat ze die niet oogsten. Op Twitter en Facebook kan je kort treuren om een aanslag, maar daarna moet je laten zien dat IS ons er niet onder krijgt. Werk dus niet mee aan het zaaien van tweespalt. Gebruik humor, ben creatief!’

Voordat iemand besluit zichzelf op te blazen op een vliegveld, ondergaat hij een uitgebreide psychologische verandering. Volgens hoogleraar radicalisering Bertjan Doosje moeten we juist in die periode ingrijpen om erger te voorkomen. ‘Radicalisering is een lang proces waarin mensen steeds meer bereid zijn om geweld  te gebruiken om hun doel te bereiken. Niemand wordt van vandaag op morgen terrorist.’ Volgens Doosje moeten we ons afvragen waarom vooral jonge mannen tussen 14 en 24 fantaseren over een trip naar Raqqa. Op basis van onderzoek onderscheidt hij drie typen potentiële terroristen: (1) de spanning- en sensatiezoeker, (2) de ideoloog, en (3) de bekeerling die op zoek naar zingeving radicaal wil breken met zijn ‘zondige’ verleden vol criminaliteit, drank en drugs. In de eerste categorie plaatst Doosje een pubermeisje dat hij interviewde. Ze wilde als ‘jihadbruid’ naar Syrië afreizen. Voornaamste drijfveer: ze wilde seks, wat niet mocht van haar ouders. ‘Uiteindelijk heeft haar moeder gezegd: doe het dan maar stiekem hier. Maar ga niet naar Syrië.’ Op dezelfde manier moeten andere thrillseekers de kans krijgen hun zucht naar sensatie te bevredigen met een baan bij de politie of veiligheidsdiensten. ‘Maar je kan ook reisleider worden naar gevaarlijke gebieden, zoals oerwouden of het hooggebergte.’

Ook voor ideologen of bekeerlingen op zoek naar zingeving zou Nederland mogelijkheden moeten bieden. Doosje wijst in op een interessant gegeven: ‘We hebben in Nederland een paar islamitische scholen die inspelen op de behoefte aan ideologie. Van die scholen komen geen radicalen. Dat komt omdat ze een gematigde ideologie aanbieden: een goede moslim houdt van zijn medemens.’ Bij de zoektocht naar zingeving ziet Doosje een cruciale rol voor werk. ‘Moslimjongeren worden te vaak afgewezen bij sollicitaties. Sommigen van hen radicaliseren.’ Advies van Doosje aan het werkgevende deel van Nederland: ‘Als je daar zelf iets tegen wil doen, geef ze dan een stage of een baan.’

Rechtsfilosofe Hadassa Noorda waarschuwt dat we juist onze reactie op terreuraanslagen een gevaar kan zijn voor de vrijheid. ‘Als een terreurdaad gepresenteerd wordt als aanval op onze vrijheden, is het ironisch genoeg verleidelijk om met allerlei veiligheidsmaatregelen de rechtstaat op het spel te zetten.’ Politici staan maar wat snel klaar met plannen voor preventieve opsluiting, meer controles of de inperking van de vrijheid van meningsuiting. Volgens Noorda moeten we blijven vasthouden aan onze vrijheden. ‘We moeten als individuen vooral niet geloven in een zogenaamde veiligheid als die ten koste gaat van de vrijheid die de rechtstaat biedt.’