Hoe krijgt Nederland excellent onderwijs?

Foto: English106

Nederland is nog altijd het land van doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg. Hoe kan Nederland een cultuur creëren die excellentie beloont?

Door Michiel Hulshof en Esther de Roos

Nederlands onderwijs behoort tot het beste ter wereld, maar richt zich met name op de middenmoot. Dat concludeerde de OESO in een onlangs verschenen rapport. De onderzoekers wekten de indruk dat het Nederlandse onderwijs een bron van verveling vormt voor betere leerlingen. Ook zouden docenten vaak niet in staat zijn om niveauverschillen binnen de klas te onderkennen en te bespelen. Hoe krijgt het Nederlands onderwijs een excellentiecultuur?

Communicatiewetenschapper Saar Mollen wijst op het belang van sociale normen voor het gedrag van leerlingen. ‘We laten ons gedrag vaak afhangen van anderen. Hoe de meerderheid zich in een bepaalde situatie gedraagt, geeft ons snel inzicht in wat waarschijnlijk de juiste keuze is.’ Deze volgzaamheid heeft ook een duidelijke functie, zegt Mollen. ‘Het helpt in het opbouwen en behouden van relaties met andere mensen. En het voorkomt negatieve reacties van anderen.’ Dus: als middelmaat de norm is, zullen de meeste mensen zich niet vanzelf inspannen om te excelleren.

Als we meer strebers willen creëren, moeten we zorgen dat mensen juist willen afwijken van de norm. ‘De deviance regulation theory stelt dat mensen best bereid zijn af te wijken van de groep als dat positieve reacties oproept, maar niet als ze daardoor in een negatief daglicht komen te staan.’ Als je dat vertaalt naar de klas, dan zouden docenten kinderen mogelijk kunnen aanzetten tot excellent gedrag door ‘de nadruk te leggen op positieve kwaliteiten die geassocieerd worden met uitblinken, zoals doorzettingsvermogen en toewijding. Dan zullen meer leerlingen hun best willen doen om ergens goed in te worden.’

Volgens hoogleraar onderwijskunde Femke Geijsel moeten we niet denken dat  scholen zomaar een excellentie-cultuur kunnen implementeren. ‘Dat kan je niet zomaar in een programma gieten. Het vraagt om  professionele betrokkenheid en nieuwe routines in de schoolorganisatie.’ Bovendien, vindt Geijssel, moeten we niet de fout maken een excellentiecultuur heilig te verklaren – ‘en daarmee andere kinderen met het badwater weg te spoelen.’

Om de onderwijskwaliteit te verbeteren, zouden scholen veel beter moeten luisteren naar de grootste ervaringsdeskundigen: de leerlingen zelf. ‘Scholen voeren maar zeer beperkt een inhoudelijk gesprek met hun leerlingen over het onderwijs. We laten leerlingen maar zelden systematisch terugkijken op hun schoolcarriere. En dat terwijl schoolverlaters, met of zonder diploma, waardevolle feedback kunnen geven op hoe zij het onderwijs en de school hebben ervaren. Die schat aan informatie gebruiken we nu niet.’

Door leerlingen regelmatig te bevragen, kunnen scholen leren van ‘successen en pijnlijke fouten’, zegt Geijssel. ‘Niet om pasklare oplossingen te vinden, maar om onderliggende principes te begrijpen van waar het goed gaat en waar niet.’ Geijsel pleit ervoor dat docenten niet alleen leren onderwijzen, maar ook leren opvoeden. ‘In de nascholing van leraren moet meer aandacht komen voor het open observeren en bevragen van leerlingen.’

Neurobioloog Sicco de Knecht gaf onlangs een college over excellentie in het onderwijs aan een groep honours studenten in Groningen. Zijn boodschap aan de bollebozen: we moeten onze aandacht niet uitsluitend vestigen op de excellente student, maar juist de ambitie hebben het gemiddelde te verbeteren. De Knecht: ‘Veel studenten in de zaal waren het met me eens.’ Volgens hem ligt de nadruk in het onderwijs te veel op snelheid en doelmatigheid. Tegelijkertijd investeert de overheid minder in onderwijs en groeit de werkdruk voor docenten, die daardoor minder goed in staat zijn met leerlingen om te gaan. ‘Het excellentiebeleid lijkt een zoethoudertje voor docenten en studenten die klagen over het niveau.’ Hoog tijd om eens kritisch te kijken naar de definitie van het begrip ‘excellent’, vindt De Knecht. ‘De minister heeft als doel geformuleerd dat 10 procent van de studenten excellent onderwijs volgt. Op die manier is excellentie natuurlijk altijd relatief.’ In de Verenigde Staten is dit gebruikelijk: leerlingen krijgen een ‘A’ als ze tot de besten van de klas behoren – dat verschilt dus per vak en per jaar. ‘Een systeem met zo veel aandacht voor de beste leerlingen houdt vaak in dat de slechtste leerlingen buiten de boot vallen. Ze raken ontevreden of verdrietig en zullen op termijn niet meer het beste uit zichzelf halen.’ Het Nederlandse onderwijs hanteert meestal een absolute definitie van het niveau. ‘In principe kan de hele klas een tien halen.’ Volgens De Knecht is dat helemaal niet zo’n slecht systeem. ‘Als we het onderwijs willen verbeteren moeten we ernaar streven het gemiddelde niveau te verhogen. Daarvoor moeten we op alle niveaus investeren, niet alleen in de top.’

Volgens filosoof Jelle van Baardewijk vereist excelleren ‘training, herhaling en studie’. Een goede werkomgeving biedt volgens hem een structuur met ‘feedback, inspiratie, ruimte om fouten te maken en leraarschap.’ Dat moeten scholen en universiteiten beter beseffen, zegt Van Baardewijk. ‘In Nederland ligt de nadruk nogal snel op vrijheid: doe gewoon waar je zin in hebt. Maar te veel vrijheid is ook een vorm van verwaarlozing. Een zesjescultuur komt mede doordat docenten geen tijd krijgen of nemen voor hun studenten en niet meer bezielend kunnen spreken over hun vakgebied.’

Volgens Van Baardewijk moeten we ook anders kijken naar de vraag wat excellentie is. ‘Te vaak zien we dat tegenwoordig als iets dat je kan uitdrukken in cijfers: hoe meer hoe beter, hoe hoger hoe beter. Kortom: outputgericht. Maar excelleren kan niet door alleen een kwaliteitsstandaard te volgen. Die standaarden zijn vaak verwaterd, zoals AAA-publicaties in de wetenschap of de tripple A status van banken.’ Volgens de filosoof heeft excellentie veel meer te maken met de inhoud. ‘Of je nu bankier bent of wetenschapper, je moet de kern van de zaak verzorgen, de ziel. Als je geen bezieling stopt in je bezigheden, dan kan je het best goed doen. Maar excellentie gaat een stap verder. Het is betekenisvol: de vaardigheid om te doen wat je wil doen, en daarbij hoge eisen stellen.’