Hoe wordt de Europese Unie weer geliefd?

EU-flag-heart

Het enthousiasme voor de Europese samenwerking bevindt zich op een dieptepunt. Hoe kunnen we dat veranderen?

Door Esther de Roos en Michiel Hulshof

Begin jaren negentig stonden Nederlanders, Fransen en Duitsers nog volop achter verregaande Europese samenwerking. Tegelijkertijd keken de meeste Oost-Europeanen reikhalzend uit naar het EU-lidmaatschap. Hoe anders is de situatie vandaag. Na Brexit bestaat gegronde vrees voor een Frexit, een Italeave, een Bye-gium, een Departugal, een Finish, een Czech-out of andere vormen van EU-thenasie.

Hoogleraar etnologie Peter Jan Margry vermoedt dat het ongenoegen over Europa weinig te maken met de Europese samenwerking an sich. De EU dreigt juist te bezwijken aan de gevolgen van haar succes. ‘De Europese samenwerking is zo aantrekkelijk gebleken dat we te snel sloppy democracies hebben opgenomen. Ook vluchtelingen kiezen voor Europa omdat we zo welvarend zijn. Beide ontwikkelingen leiden tot hoge kosten en sociale problemen voor de Europese samenlevingen.’ Europese leiders moeten een ‘goed bestuurlijk antwoord’ formuleren op deze problemen, zegt Margry. ‘Pas door gezamenlijk een oplossing te vinden, kunnen ze het tij keren. Nu even een snelle PR-campagne heeft geen zin. Daarvoor is het wantrouwen onder de bevolking te groot.’

Volgens econoom Peter Rodenburg zit de EU in een klassieke catch-22 situatie. ‘Om populairder te worden moet Europa sociaal beleid ontwikkelen, maar dat kan alleen door middel van verregaande politieke integratie. Juist daarvoor bestaat geen draagvlak.’ Steeds meer Europese burgers hebben volgens hem last van de gevolgen van globalisering en de Europese interne markt. ‘Landen beconcurreren elkaar. Dat leidt tot een erosie van arbeidsvoorwaarden en een verschuiving van belastingheffing op kapitaal naar arbeid. Kijk maar hoe de verzorgingsstaat de afgelopen 35 jaar steeds verder is uitgekleed.’ Volgens Rodenburg wint de EU weer aan populariteit als ze ‘burgers goed weet te beschermen tegen de toevalligheden in het leven. Een sterke verzorgingsstaat en een goed functionerende democratie vormen de kern van de Europese way of life.’ In de woorden aan van voormalig commissievoorzitter Jacques Delors: people do not fall in love with a single market. Rodenburg: ‘De EU moet sociaal zijn of de EU zal niet zijn. Maar het zal niet eenvoudig worden sociaal beleid op Europees niveau te ontwikkelen.’

Hoogleraar politicologie Ben Crum meent dat de communicatie tussen Europese beslissers en kiezers moet verbeteren. ‘Politici moeten terugpraten tegen de kiezers en niet wegduiken.’ Volgens Crum ontbreekt het aan effectieve kanalen voor dat contact: bij nationale verkiezingen wordt nauwelijks over Europa gesproken en de verkiezingscampagnes voor het Europarlement komen na 36 jaar nog altijd niet van de grond. Crum: ‘Het gat wordt nu gevuld met referenda. Dat gaat met vallen en opstaan, en met veel weerstand van het politieke establishment.’ Volgens Crum moeten we ‘moedig voorwaarts’. Ervaringen in Denemarken en Ierland tonen volgens hem aan dat ‘hoe vaker je een referendum hebt, des te waarschijnlijker het wordt dat de kiezer zin van onzin weet te scheiden.’ Naast meer referenda pleit Crum voor het openen van ‘een nieuw politiek kanaal’: ‘Als je aanvaardt dat Brussel politieke macht heeft, vind ik veel te zeggen voor directe verkiezingen voor de voorzitter van de Europese Commissie, compleet met nationale primaries geïnspireerd op het Amerikaanse model.’

Communicatiewetenschapster Katjana Gattermann denkt eveneens dat Europese politici zichtbaarder moeten worden. ‘De media beschrijven Europese besluitvorming nu meestal als onderhandelingsproces tussen landen. Voor elke top interviewen tv-zenders “hun” staatshoofd of minister en beschrijven ze de uitkomst in termen van de consequenties voor de inwoners van hun land. Het Europa-brede perspectief ontbreekt.’ Gattermann denkt dat een deel van de oplossing zou zijn dat nationale politici minder, en Europese politici meer aandacht in de media krijgen als het gaat over Europees beleid. ‘En dan niet alleen commissievoorzitter Jean-Claude Juncker of parlementsvoorzitter Martin Schulz, maar ook de individuele Europarlementariërs, aangezien zij direct worden gekozen door de bevolking.’ Bijkomend voordeel: kiezers krijgen dan herkenbare mikpunten voor kritiek of lof, in plaats van het abstracte concept van de ‘Europese Unie’.

Volgens hoogleraar sociale psychologie Paul van Lange kan de Europese samenwerking op grofweg twee manieren worden versterkt. ‘Allereerst komen landen dichter bij elkaar door lotsverbondenheid. Dreiging van buitenaf is daartoe een probaat middel. Het helpt om samen effectief op te trekken tegen IS, milieuproblemen of de economische crisis.’ Volgens Van Lange wordt deze lotsverbondenheid momenteel onvoldoende door Europese burgers ervaren. ‘Europese politici hoeven natuurlijk geen angst te zaaien, maar het besef dat je als geïsoleerd land kwetsbaar en zwak bent, kan beter en concreter worden gecommuniceerd.’

In de tweede plaats kan de gemeenschappelijke Europese identiteit worden versterkt doordat Europese regeringsleiders onderling meer vertrouwen in elkaar uitstralen. ‘Nu laten ze alleen zien dat ze haast hebben en het oneens zijn’, zegt Van Lange. ‘Het tonen van onderlinge vriendschap, eenheid en vertrouwen tussen Europese leiders zou een belangrijke prioriteit moeten worden.’ Hij adviseert de Europese premiers een ‘week op de hei’ met elkaar door te brengen, in vrijetijdskleding en zonder al te veel camera’s, maar met professionele begeleiders. ‘Leiders zijn ook maar mensen. Onder tijdsdruk hou je nu eenmaal vast aan nationale belangen en staat het onderhandelen voorop. Pas als je de tijd hebt, geef je vertrouwen, vriendschap en gezamenlijke oplossingen een oprechte kans.’

 

Europees letterkundige Menno Spiering, schrijver van A Cultural History of British Euroscepticism, denkt dat de Britten de afgelopen weken onbewust al een succesvolle campagne hebben gevoerd om de EU geliefder te maken. ‘Heel wat Britten die voor Brexit kozen, en nu geconfronteerd worden met een imploderend politiek bestel, een exploderend staatsbestel en grote economische onzekerheid, lijken zich te bedenken.’ Zo interviewde de BBC een geëmotioneerde Brexiteer die verklaarde dat hij alleen maar tegen Europa had willen stemmen, maar er natuurlijk niet echt wilde uitstappen. ‘De Brexit maakt plaats voor de Regrexit. Kortom, als je weer verliefd wil worden op Europa, stoot haar dan van je weg. Laat maar komen die Nexit en whateverexit.’ Volgens Spiering heeft De Dijk het ooit treffend verwoord: ‘Een man weet niet wat hij mist / maar als ze er niet is / weet een man pas wat hij mist.’