Interview met Rámon Spaaij over toeval en opportunisme in de wetenschap

lonewolf

En hoe een sportsocioloog in Vrij Nederland over terrorisme te spreken komt….

Een uur voordat twee zwaarbewapende mannen het kantoor van een satirisch weekblad in Parijs binnenstormen, installeer ik me achter Skype in een druilerig Amsterdam. Nadat mijn laptop enige tijd ouderwetse draaitelefoongeluiden heeft gemaakt, wordt er aan de andere kant van de lijn opgenomen. Ik hoor vogels twitteren terwijl Rámon Spaaij een geschikt bankje uitzoekt in de Australische avondzon. Als we anderhalf uur later ophangen, staat in Parijs de teller inmiddels op twaalf doden en zijn de daders op de vlucht voor de Franse politie. Op hetzelfde moment dat wij vrijblijvend over terrorismebestrijding filosoferen plegen Jihadisten hun terreurdaad. Geen van beiden weten we dat ons gesprek zo actueel is.

‘Hoe kan Ajax-Feyenoord weer worden gespeeld met uitpubliek?’ Zo luidde de vraag die we afgelopen week hadden willen beantwoorden in De Oplossers. Met de wederom uitpubliekloze voetbalklassieker Ajax-Feyenoord in het vizier, dachten we met het onderwerp voetbalhooliganisme lekker dicht op de actualiteit te zitten. Rámon Spaaij was één van de wetenschappers die we benaderden. Spaaij promoveerde op een sociologische studie naar voetbalhooligans , dus een uitgebreid interview over zijn onderzoek leek op zijn plaats. En toen was er Charlie Hebdo.

In allerijl moest de vraag worden opgelost hoe we terroristische aanvallen kunnen voorkomen zonder een politiestaat te worden. Het toeval wil dat Spaaij (1979) zo’n veelzijdig onderzoeker is dat hij naast sportsocioloog ook nog als internationaal terrorisme-expert geldt. Zo staat zijn bijdrage toch nog in de Oplossers van deze week. En kan hij de vraag beantwoorden hoe je als fervent ADO-supporter van vijfendertig lentes jong aan zo’n veelzijdige academische loopbaan komt. Niet alleen bekleedt hij als sportsocioloog verspreid over de wereld meerdere academische functies, ook houdt hij regelmatig voor internationale organisaties als de Verenigde Naties en de NAVO lezingen over terrorisme. Zijn antwoord kort samengevat: “Toeval en opportunisme. Kwestie van op de juiste plaats zijn, op de juiste tijd, met het juiste onderwerp.”

16223516881_e63b4e3e9e_o

Spaaij bewijst dat wetenschap bepaald niet saai hoeft te zijn. Voor zijn proefschrift begaf hij zich onder de meest harde supporterskernen van de Europese voetbalclubs. Zijn antropologische benadering behelsde een deel participerend veldonderzoek. Dat betekent dat hij nauw in contact kwam met hooligans, onder wie ook mensen met banden in de onderwereld of terroristische organisaties. Hij stond meermaals voor ethische en morele dilemma’s: ‘Dat was soms wel een beetje gek, ja. Ik kende mensen die levens op hun geweten hebben. Hoe ga daar mee om? Die vraag heeft me wel bezig gehouden.’ Door die directe benadering is hij wel in staat geweest de verschillende supportersculturen in kaart te brengen en de vraag te beantwoorden waar supportersgeweld vandaan komt.

Vervolgens legde Spaaij al hink-stap-springend zijn academische loopbaan af. De bestuurskundige promoveerde op een sociologisch proefschrift over hooligans, om vervolgens hét standaardwerk over lone wolf terrorisme te schrijven. Als wetenschapper raak je al gauw gespecialiseerd in één specifiek onderwerp, maar daar lijkt Spaaij op miraculeuze wijze aan te zijn ontkomen. Hoe heeft hij dat kunstje geflikt?

‘Ik ben behoorlijk opportunistisch. Dat bedoel ik positief: ik kan gepassioneerd raken over zeer veel verschillende onderwerpen, en raak nou eenmaal snel uitgekeken op één specifiek thema. Daarnaast speelt toeval een rol. Ik heb het geluk gehad om steeds op het juiste moment onderzoek te doen naar een onderwerp dat op dat moment hot topic werd. Toen ik met sport bezig was, vond ik dat al snel te eenzijdig. Sport is binnen de wetenschap behoorlijk een non-issue, buiten de bewegingswetenschappen dan. Het is een thema dat dicht bij huis ligt, heel anders dan terrorisme. Het voordeel is dat het daardoor goed invoelbaar is: met supportersgeweld kom je in je eigen persoonlijke leven in aanraking. Met terrorisme over het algemeen veel minder, wat het als onderzoeksonderwerp juist uitdagender maakt. Zie maar eens een terrorist te spreken te krijgen.’

Dat was ook de reden waarom zijn eigen onderzoeksvoorstel bij de UvA werd afgewezen:

‘Eigenlijk wilde ik mijn proefschrift over terrorisme schrijven. De onderzoeksdirecteur vond het een leuk idee, maar niet realistisch. Hij achtte het onmogelijk dat ik in staat zou zijn voldoende data te verzamelen. Hoe kom je in godsnaam aan voldoende terroristen om te interviewen? Daarnaast vallen veel noodzakelijke gegevens onder staatsgeheim. Hij kwam met het onderwerp over hooliganisme aanzetten en had ook twee goede begeleiders voor ogen, waaronder dé pionier in de sociologie van de sport Ruud Stokvis. Dat heb ik toen dus maar gedaan, ook omdat het thema me zeer aan het hart ging.’

‘Ik ben zelf fervent sportliefhebber en het onderwerp fascineert me al sinds ik in mijn jonge jaren met mijn vader en grootvader op de tribunes van eerst Feyenoord en daarna ADO Den Haag stond. Ik was als kleine jongen toch behoorlijk onder de indruk van alle ME en de ongeregeldheden, laat ik het maar zo zeggen. Daar komt mijn interesse voor de onderliggende thematiek denk ik vandaan: Hoe kunnen we al dit geweld begrijpen of verklaren? Wanneer bereikt iemand het punt waarop hij besluit dat geweld een legitiem middel of kicken is?’

Dat Spaaij toch uiteindelijk weer bij het onderwerp terrorisme was beland is ook weer te wijten aan toeval. Eind 2006 keerde hij terug naar een onderzoeksinstituut waar hij tijdens zijn studie stage had gelopen. Hij werd uitgenodigd om mee te doen aan een groot Europees onderzoek naar internationaal terrorisme. Lone wolf terrorism was één van de drie onderzoeksonderwerpen die hij coördineerde. Spaaij fascineerde het mateloos.

lonewolf

‘Dit fenomeen kwam opeens uit het niets opzetten. Er was vrijwel niets over bekend. Terrorisme-gerelateerd onderzoek gaat altijd over groepen. Over groepscultuur; identiteitskwesties; dat wij/zij-denken dat je ook bij hooliganisme terugvindt. Opeens kregen we te maken met high-school shooting en massamoorden in winkelcentra. Deze aanslagen hadden een geweldsomvang van terroristische proporties, maar zonder achterliggende politieke ideologie.’

De resultaten van dat onderzoek zijn zoals het hoort vervolgens keurig ergens in een la verdwenen. Spaaij zelf deed er verder ook niks meer mee. Totdat hij in 2010 besloot er toch maar een artikeltje aan te wijden.

‘Toen kregen we Breivik. Vlak na die aanslag in Noorwegen werd ik door een uitgever gebeld of ik een boek wilde schrijven over het onderwerp, dat over zes maanden af kon zijn. Dus dat heb ik maar gedaan en het is ook gelukt. Ik heb me voornamelijk gebaseerd op dat onderzoeksrapport, alleen iets meer uitgewerkt en uitgediept natuurlijk. Het was het eerste boek ooit over dit onderwerp en werd goed ontvangen. Aangezien er wereldwijd nog steeds maar drie boeken over het onderwerp te vinden zijn, tsja, word ik nu elke keer gebeld wanneer er weer ergens een aanslag is gepleegd.’

Het eerder genoemde gevaar van specialisatie ligt weer op de loer. Niet alleen wordt hij regelmatig lastiggevallen voor interviews en uitgenodigd voor congressen, zoals deze week in Den Haag, hij hield er ook een onderzoeksproject in de Verenigde Staten aan over.

‘Ik werd benaderd door een hoogleraar aan een Amerikaanse universiteit die een financieringsaanvraag van een kwart miljoen in de pijlers had staan. Hij was geïnteresseerd in de methode die ik in mijn proefschrift had toegepast. Heel dicht op de huid van de plegers dus. Heel spannend onderzoek. We hebben bijvoorbeeld terroristen en aanslagplegers gesproken in de gevangenis en hun levensverhaal opgetekend. Om erachter komen wat mensen ertoe drijft om zoveel slachtoffers te maken, hebben we besloten veel gebruik van kwalitatief onderzoek te maken. Elk verhaal is immers weer anders. In dat onderzoek heb ik kunnen doen wat ik eigenlijk voor mijn proefschrift voor ogen had.’

Zijn nieuwste onderzoeksproject doet hij in samenwerking met het Australische Ministerie van Defensie. Ditmaal over de invloed van social media op internationaal terrorisme, alweer zo’n nieuw fenomeen en actueel onderwerp.

‘Dit maakt dat terroristische aanslagen van karakter veranderen. De gebruikelijke netwerkanalyses werken niet meer. Iedereen die geradicaliseerd genoeg is geraakt om eventueel tot geweld over te kunnen gaan, kan geïnspireerd raken door die beelden van onthoofdingen of oproepen tot het plegen van aanslagen. Direct contact is niet meer nodig, en de communicatielijnen worden daardoor minder zichtbaar.’

‘Hoe voorkomt Nederland aanslagen van jihadisten zonder een politiestaat te worden?’ luidt de vraag deze week in Vrij Nederland. Spaaij:

‘We moeten minder praten en schrijven over terrorisme. Islamic State en Al Qaeda zijn tot mondiale merknamen verworden met een positieve symboliek voor sommige mannen (en vrouwen) die op zoek zijn naar zin- betekenisgeving in hun leven. Plegers van aanslagen zijn vaak op zoek naar erkenning en publieke aandacht en naar persoonlijke zingeving of transformatie. Door identificatie met IS of Al Qaeda zien zij zichzelf als strijders voor een hogere zaak, waardoor zij ‘iemand kunnen zijn’ in de samenleving en in extremistische kringen. Een martelaar, iemand die zich inzet voor de hogere zaak en daardoor ook persoonlijke transformatie en zaligmaking ondergaat.

De idee dat het plegen van aanslagen in de naam van IS of Al Qaeda effectief is, ontlenen ze deels uit de mondiale publieke aandacht die terroristen ontvangen. Een bekend gezegde is dat media-aandacht de zuurstof voor terrorisme is. Waar deze zuurstof hen wordt ontnomen, zal ook de aantrekkingskracht en positieve symboliek van IS en Al Qaeda deels afnemen. Zoals de lone wolf terrorist David Copeland ooit zei: ‘Als niemand weet wie je bent, heb je nooit bestaan.’

2 reacties

  1. Dag oplossers,
    Ik wil me bij jullie aansluiten op welke wijze dan ook. Ik heb jullie artikel ; Hoe voorkom je aanslagen zonder politie staat te worden, en ben met alles eens, vooral het erkennen van dat het Nederland van nu is ook een moslimland. Ik denk dat ik jullie zou kunnen en willen helpen als moslim om samen te zoeken naar een oplossing.
    Ik wil graag op 2 februari aanwezig zijn bij De Oplossers Live.
    Willen jullie zo vriendelijk zijn mij te laten weten waar jullie bijeenkomst plaats zal vinden en of het goed is om erbij te zijn?
    Harttelijk dank,
    Groet,
    Salaam,
    Sabri Saad El Hamus
    Acteur/ theatermaker/ Artistiekleider van DNA denieuwamsterdam

    • Eef Stoffels

      Geachte Sabri Saad El Hamus,
      natuurlijk is het altijd een goed idee om bij onze live-avonden aanwezig te zijn. Deze vinden plaats in Pakhuis de Zwijger, in Amsterdam. Aanmelden kan via de website van de Zwijger. Het onderwerp op 2 februari gaat over een ander belangrijk onderwerp, namelijk hoe Nederland en België te bewegen richting een radicaal duurzaam klimaatbeleid. We zien je graag verschijnen!
      De Oplossers.