Hoe pakken we het Europese vluchtelingenprobleem aan?

23247596935_12440998a0_z

Het Europese vluchtelingendrama wordt met de dag groter – met doden op de Middellandse Zee, in de kanaaltunnel en in vrachtwagens op Europese snelwegen. Ook wetenschappers voelen een grote betrokkenheid om mee te denken over een oplossing. Nog nooit ontving deze rubriek zo veel bijdragen.

Door Esther de Roos en Michiel Hulshof 

Archeoloog Gert Jan van Wijngaarden onderzoekt migratiestromen in de oudheid. ‘Het is een illusie om te denken dat je migratiestromen kan stoppen. Als ze eenmaal op gang komen, houden ze niet zomaar op. Kijk maar naar de volksverhuizingen vlak na het Romeinse rijk, of de trek van Europeanen naar Amerika. Wij moeten accepteren dat mensen hierheen blijven komen.’ Hij pleit voor een andere ontvangst van asielzoekers. ‘Nu wordt alleen gevraagd naar de reden van komst. We zouden ook moeten vragen: Wat kan je? En wat wil je? Veel vluchtelingen hebben specifieke kennis. Misschien zijn ze arts of hebben ze nuttige informatie over IS of mensensmokkelaars. We moeten ophouden migranten te zien als zielig. Het zijn mensen met potentie.’

De beelden van grote groepen vluchtelingen die de grens tussen Servië en Hongarije proberen te passeren, doen historica Susan Legêne denken aan het jaar 1989. ‘Toen trokken Oost-Duitsers ook massaal naar Hongarije om via dat land in West-Europa te komen. Dat zette een enorme druk op het IJzeren gordijn. Mensen duwden het bijna letterlijk omver. Zo werd diplomatiek momentum gecreëerd voor de Duitse eenwording.’ Op dezelfde manier zou de huidige vluchtelingenstroom moeten leiden tot de val van het strikte Europese buitengrenzenbeleid. ‘We moeten erkennen dat Europa een migratiecontinent is.’

Hoogleraar migratierecht Thomas Spijkerboer is het daarmee eens. Volgens hem moeten we niet langer onze tijd verdoen met discussies over de wenselijkheid van migranten. ‘Ze zijn er gewoon en we moeten er iets mee. Hou op met die zogenaamde verbazing over het feit dat we te weinig opvangruimte hebben. Handen uit de mouwen.’ Snelheid is geboden, zegt hij. ‘Uit ervaring blijkt dat als vluchtelingen snel door de procedure gaan, ze fris en fruitig blijven en beter functioneren in de maatschappij. Dan kunnen ze later eventueel terugkeren naar hun vaderland.’

Hoogleraar internationaal vluchtelingenrecht Marjoleine Zieck en onderzoeker Tom de Boer pleiten ervoor nuchter naar de feiten te blijven kijken. Uit onderzoek blijkt dat gereguleerde migratie beter werkt dan een hopeloze poging de grenzen hermetisch gesloten te houden. ‘We hebben een flexibeler Europees visumsysteem nodig dat het ook voor laag opgeleiden mogelijk maakt een tijdelijk werkvisum te krijgen. Zo kunnen ze periodes in Europa werken en daarna op legale wijze terugkeren naar het land van herkomst.’ Volgens Zieck en De Boer had Spanje vroeger zelfs een systeem zonder visa (voor Noord-Afrikanen). ‘En dat functioneerde prima, totdat het als gevolg van de Europese integratie moest worden opgeheven.’ Nu keren migranten niet meer terug naar hun land van herkomst, omdat ze terecht bang zijn hun kans te verspelen ooit nog Europa in te komen.’ Ook binnen Europa werkt het systeem. ‘Arbeidsmigranten uit Oost-Europese landen keren doorgaans ook terug naar huis als ze voldoende hebben verdiend.’

Politicoloog Jeroen Doomernik vindt migratie eerder een zegen dan een vloek. ‘Migranten pikken helemaal niet onze banen in. Ze vervullen eerder vacatures die Europeanen niet meer willen of kunnen doen. Ze zijn jong en ze willen wat. We zijn demografisch gezien het bejaardenhuis van de wereld. Een beetje meer dynamiek is helemaal niet zo gek. De toestroom van migranten voorkomt dat we inslapen.’ Volgens hem is primair inzetten op grenscontroles ‘dom en contraproductief’. ‘Als je iemand in Griekenland staande houdt, dan moet hij daar asiel aanvragen, terwijl hij misschien wel naar Denemarken wil.’

Volgens internationaal jurist Maarten den Heijer, tevens bestuurslid van de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, zou het inderdaad beter zijn om toegelaten migranten net als alle Europeanen het recht te geven zich overal in Europa te vestigen. Als lid van de onafhankelijke commissie-Meijers heeft hij dit ‘vrije verkeer van vluchtelingen’ afgelopen zomer als idee ingebracht bij de Europese instituties. ‘Wij stellen voor vluchtelingen twee jaar na aankomst het recht te geven om overal in Europa te werken. Eerder is misschien beter, maar wij schatten in dat dat op te veel politiek verzet zal stuiten.’ Het voorstel is volgens hem beter voor de vluchtelingen zelf, voor landen die de instroom niet aankunnen en voor de Europese economie. ‘Neem Griekenland. Dat heeft door de economische situatie geen geld voor opvang en er zijn nauwelijks banen. Als vluchtelingen in een ander land mogen werken, zijn ze niet meer afhankelijk van overheidssteun. Ze zullen sneller integreren en dragen meer bij aan de Europese economie.’

Volgens hoogleraar sociale psychologie Paul van Lange is dit een typisch voorbeeld van een tragedy of the commons, ofwel een sociaal dilemma. ‘We hebben er allemaal belang bij om het vluchtelingenvraagstuk op te lossen, maar individuele landen hebben er geen belang bij om het voortouw te nemen.’ Grote Europese vergaderingen over dit probleem zijn om die reden problematisch. Van Lange: ‘Beperk het landenoverleg liever in groepjes van vier of vijf. Uit onderzoek blijkt dat mensen in kleine groepen beter samenwerken en meer vertrouwen in elkaar hebben. Een groep van 4 of 5 is optimaal. Kijk maar eens wat er gebeurt als je met acht mensen uit eten gaat. Dan splitst de groep zich automatisch in tweeën.’

Hoogleraar evolutionaire psychologie Mark van Vugt gaat nog een stap verder. ‘Nu hebben alle landen tegengestelde belangen. Dat los je op door elk land verantwoordelijk te maken voor een deel het probleem. Je zou bijvoorbeeld elke EU-lidstaat verantwoordelijk kunnen maken voor een specifiek vluchtelingenland: Duitsland voor Syrië, Frankrijk voor Eritrea en Nederland voor Mali. Als er een Syrische vluchteling aan de grens van de EU arriveert dan gaat hij automatisch naar Duitsland.’ Op die manier is elk land gebaat bij het oplossen van problemen in één herkomstland. ‘Bovendien is het gemakkelijker om één groep te laten assimileren dan verschillende culturele groeperingen. Het zal leiden tot een bilaterale relatie tussen opvang- en oorsprongland.’