Hoe redden we onze groente?

4663933277_84c3f2b545_z

Door klimaatverandering en extreem weer mislukken de oogsten steeds vaker. Wat kunnen we daaraan doen?

Door Michiel Hulshof en Esther de Roos

Landbouwmagazine Boerderij luidde deze zomer de noodklok: het extreme weer in Nederland heeft de oogst van doperwten, wortelen en andere zomergroente grotendeels vernietigd. Bovendien konden sperziebonen niet worden ingezaaid in de drassige grond. ‘Als onze oogst mislukt, hoort u te schrikken’, schreef boer Piet Hermus in NRC. Hij weet de gewasschade aan klimaatverandering. ‘Onze sector is zogezegd de kanarie in de kolenmijn.’ Hoe redden we de Hollandse groente?

Volgens hoogleraar archeologie Vladimir Stissi hebben Nederlandse boeren al eerder te maken gehad met klimaatverandering. ‘Gedurende een groot deel van de middeleeuwen werd het in Nederland relatief warm. Toen werd er in het zuiden van ons land veel wijn verbouwd.’ De huidige klimaatverandering is wel anders, omdat deze door de mens wordt veroorzaakt en sneller verloopt, zegt Stissi. Maar kennis uit de middeleeuwen kan boeren van nu toch van pas komen. ‘Als het klimaat warmer en natter wordt, kan je kijken naar landen waar het al warmer en natter is. Dan weet je wat je moet verbouwen.’

Hoogleraar computationele geo-ecologie Willem Bouten wijst erop dat Nederlandse boeren uit concurrentieoverwegingen steeds meer aan schaalvergroting en specialisatie doen. ‘In de ecologie geldt: als de omstandigheden wijzigen, hebben generalisten meer kans op overleving dan specialisten. Boeren die maar één soort groente verbouwen nemen dus een doelbewust risico dat hun hele oogst mislukt. Zeker als ze, om kosten te besparen, geen verzekering afsluiten.’ Daarnaast is de ene akker de ander niet. ‘Nederland heeft veel vlakke, homogene kleibodems waarin regenwater niet gemakkelijk infiltreert. Als je deze zomer door de Flevopolder reed, zag je overal water op de velden staan. Dan staan de gewassen gewoon letterlijk weg te rotten. Bij een bolle akker met greppels kan het water bij heftige regen beter wegstromen. Maar dat is duurder en minder efficiënt bij de grondbewerking.’ De problemen van de boeren zou je kunnen zien als een kwestie van survival of the fittest. ‘Boeren die verschillende soorten groente verbouwen op akkers waar het water goed wegstroomt, hebben meer kans op overleving dan onverzekerde boeren met vlakke akkers die slechts één gewas verbouwen dat snel gaat rotten.’ Wat Bouten betreft moeten we een einde maken aan het idee dat boeren zo goedkoop mogelijk zoveel mogelijk moeten produceren. ‘De overheid kan daarover voorlichting geven en subsidies stoppen die deze grootschalige monocultuur stimuleren. In plaats daarvan zou de staat boeren moeten subsidiëren die met grotere diversiteit willen boeren.’

Ook politicoloog Robin Pistorius wijst op de keiharde wereldwijde concurrentie waarmee Nederlandse boeren te maken hebben. ‘Bij de Albert Heijn zie je ook sperziebonen uit Kenia liggen’. In de onderhandelingen met de machtige supermarktconcerns delven boeren vaak het onderspit. ‘Supermarkten en groothandelaren spreken al ver van te voren een prijs af. Als een deel van de oogst dan mislukt, kunnen boeren niet meer geld krijgen voor hun product. Het klimaatrisico komt daardoor volledig bij hen te liggen.’ Pistorius denkt dat het mogelijk moet zijn het risico beter te spreiden over de landbouwketen en ook voor een deel bij de consument gelegd kan worden. ‘Nergens anders in West-Europa betalen consumenten zo’n klein deel van hun inkomen aan voedsel als in Nederland. Je kunt je dus best voorstellen dat supermarkten een bordje ophangen: de bonen zijn deze week iets duurder door de hevige regen.’

Volgens hoogleraar bioinformatica Willem Stiekema begon de mens tienduizend jaar geleden al met de selectie van zaden van de beste planten. Daarna volgden gerichte kruising (honderd jaar geleden) en genetische modificatie (dertig jaar geleden), waarbij gewassen worden geoptimaliseerd door er genen van bijvoorbeeld bacteriën aan toe te voegen. ‘Dat laatste wordt tot nu toe vooral toegepast op soja, katoen, maïs en koolzaad.’ Sinds tien jaar is daar breeding by design bijgekomen: door het hele genoom van een plant in kaart te brengen, kan de traditionele kruising en selectie optimaal verlopen. Sinds vorig jaar is er een nieuwe, veelbelovende techniek op de markt waarmee het genetisch materiaal van planten tot op het kleinste niveau kan worden aangepast: CRISPR (Clustered Regularly Interspaced Short Palindromic Repeats). ‘Deze techniek is veel preciezer en eenvoudiger dan genetische modificatie, en laten bovendien geen “vreemd DNA” achter in de plant.’ Wetenschappers zetten de nieuwe veredelingstechnieken momenteel in om gewassen droogte- en hittetolerant te maken. ‘Zo kunnen we inspelen op klimaatverandering om onze groente te redden.’ Ander voordeel: de verbeterde akkerbouwgewassen kunnen ook smaakvoller, ziekte-bestendiger en minder afhankelijk van kunstmest gemaakt worden.

Een andere technologische oplossing komt van politicoloog Marcel Hanegraaff. ‘Ook al hebben we in Parijs een klimaatakkoord gesloten, het weer kunnen we niet snel veranderen. Maar we kunnen het wel nabootsen om niet meer afhankelijk te zijn van zon, wind of regen.’ Nederlandse bedrijven zoals Plantlab en Philips lopen wereldwijd voorop in het nabootsen van het ideale klimaat in fabriekshallen om daarin planten te kweken. ‘Dat is een enorme groeimarkt, waarin Nederland behoorlijk voorop loopt. De overheid zou dat beter moeten erkennen. De technieken zijn nu nog duur, maar de prijs kan omlaag door veel onderzoek te doen. Stimuleer boeren en telers om deze technieken volop te testen en te implementeren.’

Organisatiewetenschapper Christine Moser meent dat we zelf ook iets kunnen bijdragen aan het redden van de groenteoogsten. ‘Voedsel wordt te veel en te vaak gezien als handelswaar, terwijl het ook iets is wat we nodig hebben om te overleven. We zouden daarom kunnen bedenken dat het slim is om een deel van onze groente zelf te kweken. In de tuin of op de vensterbank. Zo’n mini-kwekerij is veel minder gevoelig voor extreem weer en ook veel makkelijker te beschermen. Daarnaast leidt meer kennis en ervaring met telen ertoe dat mensen minder voedsel zullen verspillen.’